Sylvia’s wereld

Wekelijks breng ik tijd door met een bijzonder meisje, ik noem haar Sylvia en ze woont in een Roemeens opvanghuis. We kunnen nooit precies weten wat er in een kind omgaat maar wanneer ik kijk naar haar alleszeggende ogen dan stel ik me zo voor dat het volgende in haar omgaat…

“Zie je dat meisje in het bedje, dat ben ik. Ik ben Sylvia en ik ben acht jaar oud. Ik woon sinds een tijdje in dit grote gebouw, samen met heel veel andere kinderen. Voordat ik hier kwam, woonde ik in een ander gebouw samen met veel andere kinderen, ver hiervan daan.

Daarna kwam ik hier, dit is mijn bedje. In mijn bedje woon ik, ik slaap in mijn bedje, ik eet in mijn bedje, ik zit in mijn bedje. Soms word ik blij, want dan zie ik door het raam een busje langsrijden. En als er dan een mevrouw naar mijn kamer toe komt, dan mag ik mee in het busje! En dat vind ik zo fijn, want dan mag ik uit mijn bedje, dan mag ik die mooie schoenen aan die op de kast staan, en dan doe ik zelf mijn jas aan en zet mijn muts op. Ik ga dan spelen in een ander huis, en daar zijn mensen die zingen, ik mag daar zomaar rondlopen, wat vind ik dit een fijne plek. Ze noemen dat huis, de dagopvang. En als ik daar dan de ochtend ben geweest dan moet ik weer terug, terug in mijn bedje..

Maar terug gaan in dat bedje, dat kleine bedje, dat wil ik niet! Ik wil lopen, rennen, spelen en ontdekken! En in mijn bedje kan ik dat niet, ik verveel me zo.

En als ik dan in mijn bedje wordt gezet, dan wordt ik zo boos en verdrietig en dan ga ik mezelf pijn doen. Met mijn hoofd bonk ik dan tegen de rand van mijn houten bedje… ik weet eigenlijk niet zo goed waarom ik dat doe. Ik voel dat het pijn doet maar ik kan niet anders.
Ik praat niet, ik kan niet praten, ik kan niet zeggen wat ik wil, denk of voel.. maar ik begrijp wel wat de mensen zeggen. Ze zeggen dat ik een slecht kind ben, ze zeggen dat ik het meisje ben dat slaat en dat ik  lastig ben omdat ik dingen kapot maak. En soms zeggen ze niets maar dan zie ik hun gezichten en weet ik wat ze denken.

Ik wil eigenlijk wel heel veel zeggen, ik wil zeggen ‘help me’, ‘praat met me’, ‘geef me een knuffel’. Ik wil zo graag dat mensen me zien, ik wil graag dat mensen me lief vinden, ik wil graag op schoot zitten en vastgehouden worden. Ik wil graag dat mensen met mij praten, ook al zeg ik niets terug.
Maar ik snap soms ook niets van wat ik voel en dan stoot ik me van je af, ik ben bang, bang voor jou, bang voor mezelf en jij, ben jij bang voor mij?”.